Kalle Blom - Roman / Duitse geschiedenis 1933 - 1998

 De eeuwige generatiestrijd tussen een opportunistische vader en zijn idealistische zoon.

Inhoud

Tijdens de tweede wereldoorlog wordt in 1942 in het door Duitsland bezette Praag de gehate Protector voor Moravië en Bohemen, Reinhard Heydrich door Tsjechische vrijheidsstrijders vermoord. De 30 jarige Duitse bouwondernemer Heinrich Blom uit Keulen is op dat tijdstip toevallig in Tsjecho-Slowakije en wordt daarom enkele dagen later onvrijwillig en van veraf getuige als alle mannelijke inwoners boven de zestien jaar van het dorpje Lidici als represaille door de Duitsers worden vermoord en het kleine plaatsje door de SS met dynamiet word opgeblazen om vervolgens - voor eeuwig - door bulldozers te worden platgewalst. De vrouwen en kinderen uit het ongelukkige dorpje gaan allen op transport naar het concentratiekamp Ravensbrück. Enkele baby’s en kleuters - tot drie jaar - met duidelijke ‘blonde’ Arische kenmerken worden in een ‘lebensbornkamp’ ondergebracht om later bij fanatieke nazi-familie's te worden geplaatst en daar te worden opgevoed tot reinrassige Übermenschen. Blom is voor zaken in het land. Hij is succesvol. Aan regeringsopdrachten heeft hij geen gebrek. Hem gaat het onder het naziregime bijzonder goed.

 

Maar dat is niet altijd zo geweest. Hij kende ook slechte tijden. In 1912, net voor de Eerste Wereldoorlog geboren, heeft hij als opgroeiend kind, de ellendige oorlogsjaren meegemaakt. Hij heeft toen de hongersdood van dichtbij gezien. Hij zag hoe zijn hoogonderscheiden, trotse vader vernederd en zwaar gedesillusioneerd in de herfst van 1918 als invalide uit het overwonnen keizerlijke leger naar huis kwam en niet veel later, al na enkele maanden, vol van bittere rancune, overleed. Zijn moeder stond er toen - in de eerste jaren van de Weimar republiek - zonder pensioen of andere inkomsten helemaal alleen voor en alleen met kunst en vliegwerk en de kleine financiële hulp van zijn moederskant, hadden ze het gered en had hij na de volksschool ook zonder veel problemen de hogere technische school van Keulen afgemaakt.

 

Met 18 jaar, in 1930 was hij eindelijk volleerd vakman en had hij vertwijfeld geprobeerd aan de slag te komen, maar de nasleep en de chaos van de geldontwaarding en later de grote Wereldkrach van ’28 hadden het land economisch lamgelegd. Na een enkele moedige poging zelf een piepklein bouwbedrijfje op te zetten - maar die was door de malversaties van de joodse geldschieter al bij voorbaat mislukt - was hij nog voor hij aan zijn eerste opdracht was begonnen al bankroet verklaard. Daarna had hij van de hand in de tand geleefd en van alles dat ook maar een paar Marken opbracht, dankbaar aangepakt. Op het laatst had hij zelfs tegen een schamel loon als bediende in een joodse porseleinwinkel gewerkt, maar toen de nood het hoogst was en het water hem tot de lippen stond was hij een vroegere klasgenoot tegengekomen die al vroeg tot de nationaal socialistische partij van Hitler was toegetreden en die het sindsdien verduiveld goed ging.

 

 

Blom had natuurlijk wel al van deze Adolf Hitler en zijn succesvolle partij gehoord, maar omdat hij die man een ‘ongevaarlijke’ Oostenrijker vond en politiek hem niet interesseerde en hij bovendien de handen vol had aan de dagelijkse zorgen om zijn armzalige bestaan, had hij daar niet veel aandacht aan geschonken. Maar dat veranderde nu op slag en omdat hij zag hoe het zijn vroegere klasgenoot voor de wind ging trad hij nog diezelfde week ‘om den brode’ in de naziepartij bij. Daarna ging alles snel en profiteerde hij van de eerste dag van de frisse bruine wind - die net samenviel met een klein economisch opbloeien - door het land blies. Na de overname van de macht door de 'partij' in '33 ging alles nog veel sneller en maakte het land een bloei door die ongekend was. Ingesloten in het partijprogramma kende de dynamische ondernemer Blom geen rustige dag meer en stroomden de bouwopdrachten en daarmee het geld hem onverminderd toe. In het derde oorlogsjaar 1942 is hij een rijk en succesvol ondernemer die van opdracht naar opdracht ijlt. In '38 was hij getrouwd met de dochter van een invloedrijk partijlid uit Dresden en ook die keus had hem geen windeieren gelegd maar hij zag door de hoge werkdruk zijn jonge nog kinderloze vrouw veel minder dan hem lief was. Hij aanbidt zijn mooie vrouw, maar hun geluk kent een voor de buitenwereld verborgen smetje. Zijn vrouw consulteerde wanhopig talrijke vrouwenartsen maar hun diagnose was en bleef hetzelfde. Ruim een jaar later wordt het gezin toch verblijdt met een gezonde blonde zoon, de enige, zou later blijken. Ze waren overgelukkig, maar het geluk zou niet meer lang duren. De kansen keren, de oorlog lijkt verloren en vluchtend door het land maken zijn vrouw en kind - als de Duitse nederlaag nog maar een kwestie van weken is - de verschrikkelijke alles verzengende vuurzee van het geallieerde Aswoensdag bombardement op Dresden mee.

Uiteindelijk belandt het gezin weer in een platgebombardeerde Keulen, maakt daar de komst en de bezetting van de Amerikanen mee en de ondernemer Blom neemt na de capitulatie al vrij vroeg de oude draad weer op. Hij wordt een ijverig lid van de CDU, de christelijke partij van de eerste naoorlogse kanselier Konrad Adenauer en geholpen door de oude oorlogsrelaties weet hij tijdens het ‘Wirtschaftswunder‘ weer zijn oude vertrouwde niveau te bereiken. Het leven als industriebons lijkt weer mooi en vredig, maar net als zijn tot dan zo rustige, meegaande zoon Karl - die door iedereen altijd al Kalle genoemd wordt - vragen over het oorlogsverleden van zijn vader begint te stellen, overlijdt die plotseling, zijn zoon met veel onbeantwoorde vragen en een als het graf zwijgende moeder, achterlatend.

 

 

Die worden met het verstrijken van de tijd alleen maar dwingender en als de jonge Kalle Blom in de jaren zestig op de universiteit onder invloed komt van maatschappijkritische medestudenten wordt het ‘bruine’ verleden van zijn vader voor de filosofiestudent uit Keulen een ware obsessie. De corruptie van het staatsapparaat bij het verzwijgen en verdoezelen van oorlogsmisdaden, de Spiegelaffaire en de rechtse politieke koers van de West-Duitse regeringen zijn hem een doorn in het oog.

 

 

De recherche naar de oorlogsdaden van de man wiens zoon hij is drijven hem tijdens de ‘wilde’ studentenopstanden van ’68 bijna in de handen van de Rote Armee Fraction, maar ondanks de sympathie die hij voor de links radicale gedachte voelt en kleine hand en span diensten die hij in de studentenvereniging voor de RAF verricht, neemt hij na de eerste bloedige aanslagen op leidende politieke en werkgeversfiguren afstand. Van deze eens zo onschuldig begonnen linkse stroming, wisselt hij van studierichting, zegt de filosofie vaarwel en studeert rechten en wordt tot blijdschap van zijn moeder en de rijke nalatenschap van zijn vader een gerespecteerde advocaat. Hij sluit zich aan bij de ‘Grunen’ en weet binnen deze milieugroepering op regionaal niveau enige naam te maken. Hij trouwt en komt in rustiger vaarwater. Toch laat het vermeend belaste ‘bruine’ verleden van zijn vader hem niet helemaal met rust en blijft hij zoeken naar de waarheid. Een waarheid die hem ook door een brede politieke ‘muur’ van zwijgen door zijn afgesneden familieleden uit de DDR wordt onthouden.

 

 

Zij weten ook niets en de enkele die wel wat kunnen weten zijn oud en zwijgen als het graf of kunnen zich niets meer herinneren. Pas na de ‘Wende’ van 1998 komt hij tijdens een bezoek aan zijn familie in Dresden, door de vrijgegeven stasi-rapporten, die hem voor enkele Marken door louche ‘Osies’ op aanvraag worden aangeboden, achter de verrassende waarheid. De Koude Oorlog tussen het zogenaamde vrije kapitalistische Westen en de door Moskou gedomineerde Oostbloklanden, het ontstaan van de DDR, de bouw van de Berlijnse Muur en ook het afbreken ervan, de praktijken van de Stasi, het links radicale terrorisme, de Bader-Meinhof groep, kortom de hoogte en dieptepunten uit de jongste Duitse geschiedenis komen aan bod en lopen als een rode draad door het gefingeerde verhaal heen.